Een wandeling

HET SCHIP

U bevindt zich in een laat-gotische, 14de -15de-eeuwse kruiskerk. In deze kerk bestaat al heel lang geen scheiding meer tussen kerk en staat. Na de reformatie verloor het (katholieke) koorgedeelte zijn functie en werd er een scheidingswand tussen koor en kerk aangebracht. Met behulp van een tussenvloer beschikte men over een raadzaal boven en een schooltje beneden.
Alle ruimtes in dit fraaie gebouw worden verhuurd voor bruiloften, uitvaarten, vergaderingen of intieme bijeenkomsten.

HET ORGEL

Het orgel is in 1868 geplaatst door de Amsterdamse orgelbouwers Flaes en Brünjes. De rente en aflossing voor de benodigde lening van fl. 3085,- werd – net als de bouw van de pastorie en de aanschaf voor een tweetal kroonluchters – bekostigd vanuit de armenkas, de ‘bos’- of ‘buulkist’ (zie de tekst “in de oude raadzaal”).

BLOEMSCHILDERINGEN

Opvallend in deze kerk zijn de bloemschilderingen op het plafond. Uniek zijn ze niet; ze komen in meer Noord-Hollandse kerkjes voor, maar fraai zijn ze wel. Het verhaal gaat dat ze zijn aangebracht door Noorse walvisvaarders die in afwachting van de reparaties aan één van hun in Beetser werf liggende schepen zich uit verveling hebben uitgeleefd op het plafond van het schip. Maar erg geloofwaardig is dat verhaal niet.

DE TORENKLOK

Vermeldenswaard is zeker de torenklok uit 1650 van de hand van de beroemde Lotharingse bronsgieters, de gebroeders Franҫois en Pierre Hemony. Ze waren aangetrokken om de kanonnen te gieten voor onze destijds oppermachtige zeemacht. Het gieten van de torenklokken voor de kerken van bijna alle steden die er destijds toe deden (Antwerpen, Zutphen, Gent, Utrecht, Deventer, Enkhuizen, enzovoort) was aanvankelijk eigenlijk een bijbaan. En – wonderwel – heeft ook het kerkje van Beets een echte Hemony die niet alleen de halve en de hele uren slaat, maar op verzoek ook geluid wordt bij bruiloften en uitvaarten.

DE PREEKSTOEL

Let ook even op de fraai bewerkte zeventiende-eeuwse preekstoel, het ongeveer even oude doophek en de in Lodewijk XVI-stijl beschilderde tussenwand, met als ‘trompe-l’oeil’ o.a. de pelikaan die haar jongen voedt met haar eigen bloed, als teken van opofferingsgezindheid.
De toren met die mooie klok erin is sinds de Napoleontische tijd eigendom van de burgerlijke gemeente. In geval van brand, overstroming of de inval van vijandelijke troepen kon de klok geluid worden om de bedreigde burgers te waarschuwen voor alles wat ze mogelijk te wachten stond.

DE ZERKEN IN DE VLOER

Het is onnodig om uw aandacht te vestigen op de vele fraaie zerken op de vloer. Sinds de Napoleontische tijd werd het verboden om de doden in de kerk ter aarde te bestellen, zodat ook de ‘rijke stinkers’ zich moesten behelpen met een graf op het kerkhof, naast dat van Jan Boezeroen.

Het is niet erg waarschijnlijk dat elke zerk nog de juiste lading dekt, daarvoor hebben er teveel wijzigingen/verbouwingen/restauraties plaats gehad, maar dat neemt niet weg dat hun in steen verstarde nalatenschap uitermate de moeite waard is om er de blik op te richten.

DE OUDE RAADZAAL

Via de trap bent u boven gekomen in een merkwaardig anachronisme. Hieronder is het koor van de kerk, oorspronkelijk bedoeld voor de katholieke eredienst. Na de Reformatie zijn niet alleen alle beelden en relieken weggenomen, maar werd ook het koor van de kerk gescheiden door middel van een tussenwand die u zojuist beneden heeft kunnen zien, Bovendien werd er een verdiepingsvloer in aangebracht waardoor er twee aparte ruimtes ontstonden. Het gedeelte waarin u zich nu bevindt was jarenlang de raadzaal van de oude gemeente Beets. Nog aanwezig in deze eerbiedwaardige ruimte zijn de ‘paaltjes’ waartussen men vroeger een koord spande om de ‘bestuurderen’ duidelijk te scheiden van het gewone volk.

DE BOSSCHE KIST

Op het tongewelf ziet u 17de -eeuwse bloemschilderingen, waarschijnlijk voorstellende de ‘Boom des Levens’, het bekende houtgewas uit het paradijs, vermoedelijk geflankeerd door de ‘Leliën des velds’.

Zeer bezienswaardig in deze voormalige raadzaal is ook de ‘Bossche Kist’. Hierin werd het geld van collectes en legaten bewaard ten behoeve van de armenzorg, de Diaconie. De kist heeft drie sleutelgaten en één nepper bovenop. Wellicht om eventuele dieven te misleiden. Er waren drie leden van de Kerkenraad die elk zo’n sleutel in hun bezit hadden. Als er dus iets uitgehaald werd voor bijvoorbeeld de aanschaf van het orgel, moesten er drie personen weet van hebben. Rop Douwes heeft over deze kist een boeiend artikel geschreven.

KLIK HIER OM HET TE LEZEN

DE CONSISTORIE

Hier beneden – waar u nu kunt koffiedrinken – is de ruimte van de 18de  -eeuwse dorpsschool. Hier bestierden de bovenmeesters vele jaren lang hun bloedjes van kinderen.